Wantrouwen met grote W? Inderdaad, daarover gaat dit artikel.
Ik heb eindelijk Het complot van België van onderzoeksjournalist Chris de Stoop gelezen. Het is geen literaire parel, maar de Stoop legt wel de vinger op de wonde. In drie hallucinante verhaallijnen schetst hij wat shizofrenie doet met een mens én met een maatschappij.
Er is het verhaal van de schizofrene Nina H. die ervan overtuigd is dat iedereen - van haar huisbaas tot de ministerraad - een complot hebben opgespannen om haar in de prostitutie te dwingen. Er is het verhaal van André - de oom van de Stoop - die slachtoffer was van de wrede psychiatrische 'behandelingen' van de jaren vijftig. Én er is het verhaal van de Rwandese genocide, toegespitst op de evacuatie van het psychiatrisch ziekenhuis van Ndera. Tot zover de Stoop.
De gelijkenis tussen de geesteszieke persoon en de collectieve argwaan van een volk is jammer genoeg niet te ver gezocht. Angst en wantrouwen zijn een slechte leidraad. Doe maar eens de denkoefening : verplaats je in het hoofd van een paranoïde persoon. Je komt op straat iemand tegen die je liever niet wou zien en je gaat op de vlucht want het kan geen toeval zijn. Iedereen zegt dat je ziek bent, maar alleen jij weet dat het omgekeerd is, dat het alle anderen zijn die ziek zijn. Dus schreeuw je en sla je want jij kent jezelf toch wel het best. Het is nooit rustig in je hoofd. Zelfs in je hoofd beginnen ze je te achtervolgen.
Het ik-tegen-de-wereld-denken, het wij-tegen-zij-denken, het is net hetzelfde. De Palestijnse kwestie, de heksenjacht van McCartney, de holocaust, 9/11, de oorlog tegen de terreur, de Rwandese genocide : trieste hoogepunten in een eindeloze reeks. De Vlamingen tegen de Walen en 'Wie gelooft die mensen nog?'. Ook dat ja. Angst en wantrouwen zijn een slechte leidraad. Dat is een gevaar waarvan je je maar beter bewust bent, want alle verandering begint met bewustwording. Een schizofreen krijgt ook geen hulp zolang hij enkel luistert naar de stemmen in zijn hoofd en niet beseft dat hij een probleem heeft. Tenzij hij natuurlijk té ver gaat. Voor die ene stap is vaak niet veel nodig. En is het dat wat we willen?
Patrick, mijn Rwandese kotgenoot, verloor op 12-jarige leeftijd zijn beide ouders en nog vele andere familieleden en vriendjes. "Ik ben boos geweest", zegt hij. "Maar daarmee geraak je niet vooruit. Ikzelf heb geen verwondingen. Bij mij zijn geen armen of benen afgekapt. Eigenlijk ben ik een van de gelukkigen." Ik bewonder zijn moed. In Rwanda is het bloedvergieten gestopt, maar het wantrouwen blijft. Eén miljoen doden op drie maanden tijd. Dat vergeet je niet zomaar. "Je kan niet zien van welk ras iemand is", zegt Patrick nog, "maar je weet het, je kent 'de andere'. Je vergeet nooit wie de man was die je benen afkapte, de buik van je zwangere vrouw opensneed of je broertje vermoordde." En nog : "Er zijn veel Rwandezen in Brussel en veel Rwandese cafés. Er zijn hutu-cafés en tutsi-cafés. Je wordt hier niet vermoord, maar in een hutu-café voel ik me niet op mijn gemak."
Is het dat wat we willen?
Jacky, mijn andere Rwandese kotgenote, zei in een gesprek over de Belgische politiek: "In Afrika is zoiets onmogelijk, ondenkbaar, c'est la guerre, c'est la guerre."
Dat geluk hebben we dan nog. België is een veilig land, een goed land om te leven. Patrick en Jacky zijn niet zomaar naar hier gekomen. Ze zochten veiligheid. En hebben die gevonden ook.
En toch, is dat het dan, is de kous daarmee af?
Angst en wantrouwen, het blijft gevaarlijk.
Bewustwording, luisteren, praten. In die volgorde graag.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten